Audi A6  Bestuurdershulpsystemen  Intelligente techniek  Elektronische stabiliseringscontrole (ESC)
De elektronische stabiliseringscontrole (ESC) draagt bij aan de rijveiligheid. Het reduceert het slipgevaar en verbetert de rijstabiliteit van de wagen. Rijdynamische grensgevallen, zoals bijvoorbeeld oversturen en ondersturen van de wagen of doordraaien van de aangedreven wielen, worden door de ESC herkend. Door gerichte remingrepen of een reductie van het motorkoppel wordt de wagen gestabiliseerd. Zodra de ESC regelend ingrijpt, knippert het controlelampje in het instrumentenpaneel.
In de ESC zijn de volgende systemen geïntegreerd:
Antiblokkeersysteem (ABS)
Het ABS voorkomt dat de wielen blokkeren, wanneer wordt geremd tot kort voor stilstand van de wagen. Daardoor blijft de wagen ook bij een noodstop bestuurbaar. Het rempedaal zonder onderbreking intrappen - niet pompen! Dat er wordt geregeld merkt men aan het pulseren van het rempedaal.
Remassistent (BAS)
De remassistent kan de remweg verkorten. De remkracht wordt versterkt, als de bestuurder in noodremsituaties het rempedaal snel intrapt. Daarbij moet het rempedaal ingetrapt blijven, tot het gevaar geweken is. Bij wagens met adaptive cruise control* reageert de remassistent gevoeliger, wanneer er een te geringe afstand tot een voorligger wordt herkend.
Aandrijfslipregeling (ASR)
De aandrijfslipregeling vermindert de aandrijfkracht van de motor bij doordraaiende wielen en past de kracht aan de rijbaanomstandigheden aan. Daardoor wordt het wegrijden, accelereren en bergopwaarts rijden vergemakkelijkt.
Elektronisch sperdifferentieel (EDS)
Het elektronische sperdifferentieel remt een doordraaiend wiel af en draagt de aandrijfkracht over op het andere resp. de andere aangedreven wiel(en) (4-wielaandrijving*). Deze functie is bij hogere snelheden niet beschikbaar.
Het EDS schakelt bij buitengewoon sterke belasting automatisch uit, opdat de schijfrem van het afgeremde wiel niet oververhit raakt. De wagen blijft functioneren. Zodra de rem is afgekoeld, wordt het EDS automatisch weer ingeschakeld.
Tegenstuurhulp
De ESC ondersteunt de stabilisering van de wagen door een verandering van het stuurmoment.
Bij wagens met dynamische stuurbekrachtiging* heeft de ESC in grenssituaties bovendien een stabiliserende werking via de stuurinslag.
Aanhangwagenstabilisator*
Wagens met aanhangwagen neigen tot slingeren. Herkent de ESC dat de aanhangwagen slingert, dan wordt de trekkende wagen automatisch door de ESC vertraagd en worden de wagen en aanhangwagen gestabiliseerd Link.
Wielselectieve koppelaansturing
Bij het rijden door bochten werkt een wielselectieve koppelaansturing. Het binnenste voorwiel resp. de binnenste wielen wordt/worden in de bocht gericht afgeremd. Hierdoor kunnen bochten exacter gereden worden.
Remassistent vervolgongeval
De „remassistent vervolgongeval“ kan helpen, het slipgevaar en het gevaar voor verdere aanrijdingen bij een ongeval te verminderen. Als het airbagregelapparaat vanaf een bepaalde rijsnelheid een aanrijding registreert, wordt de wagen door de ESC afgeremd.
De wagen wordt niet automatisch afgeremd, als:
  • de bestuurder het gaspedaal intrapt, of
  • de remdruk door het ingetrapte rempedaal groter is, dan de door het systeem gestarte remdruk, of
  • de ESC, het remsysteem of de elektrische installatie niet werken.
ATTENTIE!
  • Ook de ESC en de daarin geïntegreerde systemen kunnen natuurkundige grenzen niet overwinnen. Dit geldt in het bijzonder bij glad of nat wegdek. Als de systemen in het regelbereik komen, dient de snelheid direct aan de weg- en verkeersomstandigheden te worden aangepast. De aangeboden hogere veiligheid mag geen aanleiding zijn tot het nemen van grotere risico's - gevaar voor ongevallen!
  • Let op dat het gevaar voor ongevallen groter wordt als u snel rijdt, vooral in bochten en bij een gladde of natte rijbaan, en wanneer u te weinig afstand houdt. Ongevallen kunnen ook door de ESC en de geïntegreerde systemen niet worden voorkomen – gevaar voor ongevallen!
  • Bij accelereren op een gelijkmatig gladde rijbaan, bv. bij ijs en sneeuw, voorzichtig gas geven. De aangedreven wielen kunnen ondanks de ingebouwde regelsystemen doordraaien en daardoor de rijstabiliteit beïnvloeden - gevaar voor ongevallen!
Aanwijzing
  • Alleen als alle vier de wielen dezelfde banden hebben, kunnen ABS en ASR zonder storingen werken. Verschillende afrolomtrekken van de banden kunnen tot een niet-gewenste reductie van het motorvermogen leiden.
  • Als de beschreven systemen ingrijpen kunnen bedrijfsgeluiden optreden.